BENEFIETDINERS VOOR AANSCHAF ELEKTRISCHE MINIBUS

In restaurant het Bergpaviljoen Bistronomique & Bar in Amersfoort spreken we eigenaren én Gouden Parel-winnaars Ed van den Bor en Theo Slotboom over een aantal benefietdiners, dat volgend jaar zal plaatsvinden op landgoed De Paltz in Soest. Herman van Veen, wiens Arts Center op dit terrein huist, vertelt samen met hen over het doel van de diners én over hun bijzondere samenwerking.

‘Wat een heerlijke bomen. Het is toch geweldig, die kleuren?’ Bij zijn binnenkomst weet Herman van Veen ons direct te wijzen op de prachtige omgeving waarin het Bergpaviljoen Bistronomique & Bar in Amersfoort staat. In Soest, in een minstens zo mooi natuurgebied, is sinds zeven jaar het Herman van Veen Arts Center gevestigd in de witte villa op landgoed De Paltz. ‘Dat gebied is wel honderd hectare’, vertelt hij ons. ‘We willen niet dat daar auto’s komen. Als mensen ons bezoeken, zullen ze een stukje moeten wandelen.’

Culinaire ambities
Het Herman van Veen Arts Center biedt een podium voor jong talent in de kunst. Ervaren kunstenaars, zoals Herman zelf, regisseren, produceren of schrijven mee aan deze producties. ‘Jonge honden, gepresenteerd door oude vossen’, aldus Herman. ‘We organiseren zo’n honderd concerten en voorstellingen per jaar naast wat seminars en lezingen, die allemaal gratis toegankelijk zijn. We doen dat voor mensen voor wie een schouwburgdrempel te hoog is. Bijvoorbeeld mensen met een kleine beurs, studenten, ouderen of minder validen. Voor die laatste groepen is het soms moeilijk om bij ons te komen. Nu halen we ze op met onze eigen auto, maar dat is een beetje een gedoe. Daarom willen Ed en Theo graag helpen of meedenken om een electrisch personenbusje te regelen.’

De samenwerking
‘We verzorgen al zo’n vijf jaar catering en diners voor diverse gebeurtenissen die op De Paltz plaatsvinden’, vertelt Theo. ‘We hebben hen hier destijds zelf voor benaderd, omdat we ons meer op catering wilden richten. We cateren inmiddels best veel. Van een kok aan huis tot een galadiner voor zevenhonderd man: alles kunnen we verzorgen. Nadat we het Arts Center hadden benaderd, mochten we bij wijze van proef één keer laten zien hoe wij werken. Dat beviel zo goed, dat het is uitgegroeid tot een regelmatige samenwerking.’ Herman legt uit: ‘Ons bedrijf bestaat al 52 jaar. We hebben op kleine schaal altijd gedaan wat we nu op De Paltz op grotere schaal doen. Maar we hebben nooit te maken gehad met horeca. Dat is hier compleet nieuw voor ons. Zij zijn daar juist een soort senioren in en daar kunnen wij veel van leren. We hebben zelf niet echt culinaire ambities.’ Herman vervolgt: ‘Bij ons kunnen mensen stoelhouder worden; een soort vriend van de stichting. Stoelhouders hebben ook het voorrecht om tegen vergoeding zelf de locatie te gebruiken, bijvoorbeeld voor seminars of presentaties, wel altijd in het kader van onze activiteit, zoals natuur en kunst. Daar zitten vaak ook horecawensen aan vast: bescheiden diners of lunches. Vandaar dat we hiervoor onder andere samenwerken met het Bergpaviljoen Bistronomique & Bar.’

Diners
‘Veel van onze gasten vragen hoe het nu is op De Paltz’, vertelt Ed. ‘Meestal zeg ik dan dat ik ze nog wel een keer uitnodig, maar in de waan van de dag schiet dat er vaak bij in. Nu hebben we een prachtige gelegenheid. Volgend jaar organiseren we voor een select gezeldschap een aantal diners op het landgoed. We serveren dan drie gangen, vertellen wat wij doen en Herman vertelt over wat zij doen. Aan het einde vragen we dan naar ieders ervaring en hopen we dat mensen een bijdrage willen leveren aan de elektrische bus. Zo hopen we met deze diners die bus mede te kunnen financieren. We zijn al druk bezig om mensen uit te nodigen, maar hebben zeker nog plekken vrij voor geïnteresseerden.’

We hebben zeker nog plekken vrij voor geïnteresseerden


Niet naar huis

‘Ik zie dezelfde passie voor hun vak, als wij die voor ons vak hebben’, vertelt Herman. ‘Dat vind ik heel fijn. Anders zou het niet passen. Ik heb bij hen nooit het gevoel dat het werk is. Dat vind ik zelf ook belangrijk. Als het op werken begint te lijken, is het niet goed.’ Theo antwoordt hierop: ‘Ik vind het mooi dat je dit zegt, want wij ervaren precies hetzelfde. Wanneer we bij jullie komen is er zo’n andere dynamiek. We hebben een zakelijk restaurant, dus zijn gewend aan de zakelijke sfeer. Die is vaak snel en gehaast. Maar wanneer we bij jullie het terrein op rijden is dat direct anders. Er heerst meteen een bepaalde rust. Natuurlijk moeten we bij het diner best eens buffelen, maar de omgeving en het type gasten geeft weer zoveel energie.’ Ed kan het hier alleen maar mee eens zijn. ‘Het is een fijne afwisseling van de dagelijkse praktijk hier in het restaurant. Als ik daar ben, wil ik eigenlijk nooit naar huis.