BOUWEN AAN EEN PRESTIGEPROJECT

Aannemingsbedrijf C. van der Grift laat hotel en restaurant verrijzen in hartje Utrecht

Het is misschien wel het meest bijzondere project voor Aannemingsbedrijf C. van der Grift dit jaar: de restauratie en herontwikkeling van het Polman’s Huis in hartje Utrecht. We nemen een kijkje op de bouw en praten onder meer over hoe het begon, de voortgang en de constructieve uitdagingen van het bijzondere pand.

Wie langs het monumentale pand in de Keistraat loopt, kan de doeken op de steiger bijna niet missen: “Aannemingsbedrijf C. van der Grift, Bouwers met hart en ziel”, staat erop. Sinds februari vorig jaar is het Harmelense aannemingsbedrijf er aan het werk. ‘Het begon met onder andere strip- en sloopwerk en asbestsanering; in het najaar startte de daadwerkelijke verbouwing’, aldus projectleider Robbert van Leersum. ‘In dit monumentale pand komen ruim twintig hotelkamers en een restaurant van Michelinsterniveau met een bekende chef aan het roer. Het eerste ingrijpende onderdeel van de verbouwing was de uitbreiding van de kelder. Om een keuken voor een sterrenchef op te zetten, is veel ruimte nodig. Daar ontbrak het aan en daarom hebben we de extra kelder gemaakt. Constructietechnisch is dit heel gecompliceerd. Je mag niet zomaar onder een pand graven, zeker niet zo’n pand. Het is erfgoedwaardig en de kans bestaat dat er nog bijzonderheden in de grond zitten. Je moet het voorzichtig aanvliegen. Uiteindelijk hebben we dit samen met de architect en opdrachtgever en onder toezicht van iemand van Erfgoed voor elkaar gekregen.’

‘We zijn geen hele grote aannemer
en kunnen daardoor goed meebuigen
en meedenken’

Binnenstad
Binnenstedelijk bouwen is altijd bijzonder, zo vertelt uitvoerder Marien van Maanen. ‘Voordat je gaat slopen vraag je je altijd af wat er op je af gaat komen. Aan de achterkant van het pand is geen ruimte, dus we hebben ruimte voor het pand van de gemeente moeten huren om onze keten en containers neer te zetten. Er is verder weinig plek en logistiek gezien is het een beroerde locatie. Bovendien heb je te maken met een monumentaal pand, waardoor je rekening moet houden met de regels van Erfgoed of Monumentenzorg. Binnenstedelijk bouwen is duur bouwen. Daarom moet elk hoekje in het pand zo optimaal mogelijk benut worden. Je moet het drastisch aanpassen om het verhuurbaar te krijgen. Het grondoppervlak wordt niet groter, dus je moet in lagen bouwen.’

Flexibel
Het was al in december 2017 dat de opdrachtgever Aannemingsbedrijf C. van der Grift vroeg een raming te maken voor de verbouwing van het pand. ‘Dat werd uiteraard een grove raming, dat kan niet anders. Er was toen nog niks zichtbaar’, aldus Robbert. ‘Uiteindelijk werden we geselecteerd. Een van de redenen daarvoor is denk ik omdat we flexibel zijn. We zijn geen hele grote aannemer en kunnen daardoor goed meebuigen en meedenken. We zijn ook inventief in het bedenken van slimme oplossingen. Marien had bijvoorbeeld een groot aandeel in de oplossing voor de gewenste kelder waar ik het eerder over had. Het graven van de kelder had invloed op de fundering van de achtergevel. We hebben een oplossing moeten bedenken om die achtergevel weer constructief sterk te maken.’ Een ander “probleemstuk” dat tijdens het proces ontstond, was het toilet in het restaurant. Marien: ‘Overal was over nagedacht, behalve over een logische route naar de toiletten. Gasten moesten nu de hele eetzaal door om bij de toiletten te komen. Om dat op te lossen, moesten we flink schuiven in de indeling. Een opdrachtgever waardeert het als je op die manier over zijn belangen nadenkt.’

‘Een opdrachtgever waardeert het
als je over zijn belangen nadenkt’

Afbouw
Ten tijde van dit interview waren de gevel en het dak bijna klaar, de afbouw stond op het punt van beginnen. ‘Als de gevel en het dak af zijn, zit de fase van de ruwbouw er bijna op’, legt Robbert uit. ‘Constructief is het opgeknapt, de leidingen liggen erin en de vloeren zijn klaar.’ Diep in zijn hart vindt Marien de ruwbouwfase leuker dan de afbouw. ‘Dat heeft er puur mee te maken dat je in de ruwbouwfase meer je eigen ding kwijt kan. Maar in de afbouwfase staan ons ook nog genoeg uitdagingen te wachten. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatinstallatie. Er moet ruimte gevonden worden om de installatie in te bouwen, je mag niet zomaar overal naar buiten afblazen, je zit met geur, enzovoorts. Daar is specifieke kennis voor nodig. Voor het technische hart van het gebouw, dat boven het monumentale plafond komt te liggen, zullen we een staalconstructie moeten aanleggen. Dat zijn allemaal puzzels. Juist die uitdagingen maken dit soort projecten leuk.’ Robbert vult aan: ‘Voor een timmerman zijn dit mooie projecten. Hier komt het echte vak nog naar voren. Als het straks af is, zal het veel voldoening geven, zoals dat met veel van onze werken is. Ons werk blijft lang zichtbaar. Het is mooi dat je dit met z’n allen doet, er zijn zoveel mensen bij dit project betrokken. Het is bizar hoeveel gesprekken en verslagen er zijn geweest voordat we konden beginnen. Dat maakt het alleen maar mooier om straks het eindresultaat te zien.’