CAESAR GROEP: AL 25 JAAR EEN GEHEEL EIGEN DNA

‘Onze speelwijze is tijdloos’

Bij Caesar Groep in Utrecht zijn ze goed in het bedenken van IT-oplossingen. En ja, er werken veel specialisten met kennis van zaken die klanten verder helpen. Maar Caesar Groep, dat dit jaar 25 jaar bestaat, is zoveel meer dan dat. Het is een bedrijf waar het DNA de belangrijkste motor is voor alles wat ze doen. Wil je ontdekken wat Caesar is, maak dan een praatje met een van de drie receptionistes: Joke, Kiki of Pascale.

“Wat is het hier gezellig!”, was mijn eerste reactie toen ik voor dit interview binnenstapte bij het kantoor van Caesar Groep op Papendorp. Kiki, die me eerder al had voorzien van een parkeerkaart, heette me nogmaals van harte welkom. Ze zit niet achter een balie, maar loopt al bellend, regelend en zwaaiend door de lobby. In een ruimte links van de ingang zit een groepje te vergaderen, aan de grote tafel zit iemand achter zijn laptop, er is iemand met een videocamera in de weer en er staat een tafel met thee en koekjes. Bedrijvigheid alom dus. ‘Het Caesar DNA is leidend voor de gesprekken die we voeren’, zegt eigenaar en directeur Hans van der Kooij later. ‘Vaak is beneden het ijs al gebroken. Iedereen wordt door onze receptionistes ontvangen zoals ze mensen thuis zouden ontvangen.’

‘Het Caesar DNA is leidend voor
de gesprekken die we voeren’

Gelukkig zijn
Het thuisgevoel dat ze klanten willen geven, geldt misschien nog wel meer voor medewerkers. ‘Wat we willen is dat de mensen (medewerkers en klanten) die hier werken het naar hun zin hebben, in balans zijn en gelukkig worden van zowel hun werk als hun privéleven’, aldus Hans. ‘Als ze gelukkig zijn, is de kans dat ze samen met de klant optimaal presteren het grootst. Een verbindende cultuur is daarbij heel belangrijk. We zijn een technologiebedrijf, maar we kunnen nu niet weten welke techniek over 75 jaar gebruikt wordt, de ontwikkelingen blijven gelukkig doorgaan. We weten wel welk DNA we dan hebben. Dat zijn de waarden die in ons systeem zitten en in de mensen die hier (komen) werken. Onze receptionistes hebben dat DNA als geen ander en zijn als het ware de cultuurbewakers; zij zien direct of iemand het “Caesariaanse bloed” heeft. Zij hebben ook een stem of we iemand moeten aannemen of niet – vanuit het DNA hebben ze daar goed zicht op. Wij zoeken naar mensen die zich openstellen, zichzelf willen ontwikkelen en willen samenwerken. Mensen die iets uit zichzelf halen en dat tentoonstellen aan klanten omdat ze beter willen worden. Met elkaar kunnen we het verschil maken bij onze klanten.’

Tijdloze speelwijze
‘Dat wij een technologiebedrijf zijn, heeft in principe niks met DNA te maken’, vervolgt commercieel directeur Luc Spaas. ‘Technologie is de motor voor de economie en natuurlijk willen we bij onze klanten de beste IT-omgevingen en -applicaties realiseren.  Bedrijven die het sterkst zijn in het aanpassen aan de technologische ontwikkelingen, zullen op de lange termijn blijven bestaan. Wij zijn er echter wel van overtuigd dat de mens daarin het verschil blijft maken. Er zijn geleerden die zeggen dat de informatietechnologie slimmer wordt. Dat zal zeker zo zijn, maar de mens zal daarin altijd een belangrijke rol spelen is onze overtuiging. Hoe wij als team fungeren, bepaalt voor een groot deel het succes bij onze klanten. Ze kiezen niet alleen voor ons vanwege onze kennis en professionaliteit, maar ook omdat ze een “culturele” klik met ons en onze mensen hebben. Wij vergelijken onze organisatie en teams wel eens met voetbal. Er zijn voetbalclubs die goede spelers aankopen en daardoor bovenin meedraaien, zoals bijvoorbeeld Real Madrid. Er zijn ook clubs die een speelwijze weten te vinden waarin iedereen excelleert, zoals FC Barcelona. Wij zien Caesar graag als een FC Barcelona van de ICT. We zijn in staat om bij de beste te horen: niet door groots te doen, maar door onszelf te zijn. We creëren met elkaar een speelwijze die tijdloos is.’ Een zelfsturingsstructuur vormt een belangrijk onderdeel in het vormgeven van die speelwijze. Hans: ‘Onze medewerkers moeten de ruimte krijgen om, samen met onze klanten, het beste resultaat te behalen. Wij kunnen vanuit management en directie niet alles bijhouden. In onze zelfsturingsteams – met hooguit vijftien man, zodat iedereen betrokken is – zien ze de ontwikkelingen beter; ze houden zich bezig met kunstmatige intelligentie, blockchain en andere belangrijke technologische ontwikkelingen. Ze zitten er bovenop en kunnen daarin keuzes maken. Natuurlijk leggen ze die aan ons voor, maar het gaat erom dat zij de weg naar de toekomst bepalen.’

Op naar de honderd
25 jaar heeft Caesar Groep achter de rug: op naar de Koninklijke honderd. Terugkijken doet oprichter Hans namelijk niet graag. ‘Aan terugblikken heb je niet veel, dat zijn alleen maar scherven. En nog belangrijker: we begeven ons in een snel veranderende wereld. Ik kijk liever vooruit: naar hoe we de honderd kunnen gaan halen. Onze ambities voor de toekomst zijn simpel: zorgen dat we met klanten hele mooie dingen doen waardoor zij sterker in hun marktgebied staan en zorgen dat onze eigen mensen zichzelf ontwikkelen, als techneut én als mens. We doen in groepen regelmatig trainingen op basis van gedragscompetenties. We gaan daar dieper in op hoe je met elkaar in een team staat. Al mag je elkaar niet, dan nog kun je een manier vinden om met elkaar samen te werken en elkaars competenties te versterken. Aanvallers kunnen nog zo goed zijn, maar ze kunnen niet winnen zonder verdedigers.’ De komende maanden wordt nog nadrukkelijk stilgestaan bij het 25-jarig jubileum. ‘We laten het cijfer 25 overal in terugkomen; elke 25ste van de maand doen we iets leuks. We zijn bijvoorbeeld met 25 klanten naar Berlijn geweest en hebben daar gelogeerd in het 25-uurshotel. We hebben ook iets leuks bedacht voor onze eigen medewerkers: we wekken hen om vijf uur ’s ochtends voor iets “waar we ze wakker voor kunnen maken”. Zo zijn we al in een Lamborghini gaan rijden, hebben we parachute gesprongen, pizza gebakken en gemountainbiked. Dat typeert ons DNA ook heel erg. Het gaat om het maken van herinneringen: die gaan immers nooit meer weg.’