DIT IS VELEGRO

Bij Velegro uit Oudewater zijn de ontwikkelingen bijna niet bij te houden. Het full service installatiebedrijf in de elektrotechniek bestaat dit jaar alweer 25 jaar, maar staat allesbehalve stil. De grootste ontwikkeling vond vorig jaar plaats, toen het bedrijf zich volledig is gaan richten
op elektrotechniek. Dit jaar kwam daar een compleet nieuwe huisstijl, een geheel aangepaste website én een verbouwd pand bij. Reden
genoeg om eens bij te praten met eigenaar Ron van Leeuwen.

Het toepasselijke thema van deze herfsteditie is DNA. Wat is het DNA van Velegro?
‘Wij hebben hier eerlijk gezegd heel veel dames en heren lopen die van jongs af aan bij ons in het vak gegroeid zijn. Ze komen daarnaast bijna allemaal uit de regio en dat is een bewuste keuze. Binnen Velegro heerst namelijk een soort van poldercultuur. Wij mixen ons boeren-, gezonde verstand met betrokkenheid en de wil om te bouwen. We proberen allemaal meer te doen dan ons gevraagd wordt. We kennen elkaar goed en dat zie je terug in de teamdynamiek. Er kan heel veel gegeind worden, maar er wordt ook serieus gewerkt. Dat is de sfeer van ons familiebedrijf.’ 

‘Ondanks de vele ontwikkelingen houden we vast aan onze basis.’

Jij hebt Velegro alweer tien jaar geleden overgenomen van je vader. Hoe is dat gegaan?
‘Ik ben sowieso altijd geïnteresseerd geweest in techniek, dus het lag in de lijn der verwachting dat ik ooit de zaak in zou gaan. Als kind was ik altijd aan het pielen met technische knutselwerkjes en toen ik wat ouder werd waste ik de auto’s op de zaak en veegde ik het magazijn aan. De overgang naar eigenaar worden van Velegro was echter best pittig, want aan het begin van de crisis overleed mijn vader zeer plotseling en ik was met 27 jaar eigenlijk te jong om een bedrijf te leiden. Ik had het tien keer liever anders gezien, maar achteraf is het een goede leerschool geweest. Ik moet ook zeggen dat het hele bedrijf destijds voor mij klaarstond. De medewerkers hadden allemaal zoiets van: we zetten de schouders eronder en we krijgen het samen voor elkaar. Die instelling is nog steeds typerend voor ons bedrijfs-DNA.’

Wat heb je van de vader meegekregen?
‘De basis van dit bedrijf heeft hij gelegd. De betrokkenheid, het familiegevoel, het harde werken en het verder kijken dan je eigen kader. Ik ben er ook achtergekomen dat ik bijna een kopie ben van mijn vader. We zijn allebei geen schreeuwerds en de sociale insteek zat er ook bij mij altijd in. Het gaat niet alleen om de zaak of om jezelf, maar om je mensen en hun omgeving. Als iemand wat minder in zijn vel zit, of thuis problemen heeft, dan bedenken we daar samen een oplossing voor. Het resultaat is dat de jongens ook weer betrokken zijn bij ons; het werkt twee kanten op. Het is ook niet mijn stijl om als een soort boze baas de hele dag tegen de mensen te blaffen. Mijn manier van leidinggeven geeft weer hoe ik ben; rustig en betrokken.’

Hoe vertaalt zich dat in de omgang met klanten?
‘Met veel van onze opdrachtgevers werken we al heel lang samen op basis van betrokkenheid en vertrouwen. Wij denken graag aan de voorkant mee over een project en steken daar ook onze eigen tijd en energie in. Dit betekent ook dat wij daar niet direct wat voor terugverwachten, want je weet dat je uiteindelijk samen iets moois gaat maken en dat voorwerk betaalt zich dan altijd ergens in terug. Dit maakt een samenwerking veel gemakkelijker, want je hebt de dingen al een keer uitgewerkt of gedaan, dus je hebt aan een half woord genoeg. En omdat je weet dat je meer projecten met elkaar gaat doen, ben je er samen continu bij gebaat dat je goed werk aflevert.’

‘Voor de jongens die buiten lopen zijn dit hele gave projecten en dat merken de klanten ook.’

Waar zijn jullie nu echt heel goed in?
‘Dat vind ik lastig om te zeggen, maar ik denk wel dat wij met hele grote technische uitdagingen goed overweg kunnen. Wij maken vaak bijzondere woningen, bedrijfspanden en zorginstellingen waarbij we alles wat de klant elektrisch bedienbaar wil hebben, kunnen maken. Bovendien zijn wij het gewend om in een bouwteam mee te denken. Niet alleen op projectniveau, maar ook op detailniveau. Bij veranderingen kunnen wij snel schakelen. Wij weten altijd heel goed wat het einddoel is en hoe het resultaat eruit moet komen te zien. Dat kunnen wij door onze ervaring en kennis goed terugvertalen in het proces.’

En op welke gebieden focussen jullie je het meest?
‘We doen veel zorgcomplexen en verzorgingstehuizen, dus dat zijn zeker wel focusgebieden. Hoe we daar nou precies ingerold zijn, weet ik niet eens meer, maar we hebben door de jaren heen hele mooie projecten neergezet. En hoe vaker wij die projecten tot een goed einde brengen, hoe vaker we weer ingeschakeld worden voor de volgende klus. Naast de zorgtak doen we ook veel high-end woningen. We hebben daarbij leuke samenwerkingspartners waarmee het goed klikt. Voor de jongens die buiten lopen zijn dit hele gave projecten en dat merken de klanten ook. Het zijn echt klussen waarover je op een verjaardag wilt vertellen. Naast de luxere villa’s doen we ook veel woningbouw en ook dat is een heel belangrijke pijler. Het is ook uitdagender dan men meestal verwacht, want je hebt vaak een krappe bouwtijd, waardoor je vooraf goed over de processen na moet denken. In het managen van de interactie tussen alle betrokken partijen ligt de grootste uitdaging. Je bent bijna meer projectmanager dan techneut en ik vind het steeds weer tof om te zien dat de jongens dit zo goed voor elkaar krijgen.’  

Hoe hou je het werk uitdagend voor jouw team?

‘Het zit ‘m enerzijds in de variatie tussen de projecten en anderzijds in het verleggen van de verantwoordelijkheid. Als iemand verantwoordelijk wordt gemaakt voor zijn project, is het ook veel leuker om het echt goed te doen. Daarbij komt natuurlijk dat de techniek zich blijft doorontwikkelen. Daarom blijft het voor onze jongens en meiden interessant om met dit werk bezig te zijn. Iedereen blijft leren.’
‘Onder de noemer Velegro Works stimuleren wij de ontwikkeling van onze medewerkers maximaal. We bieden lesprogramma’s aan voor zowel de ervaren mensen, als voor de jonge jongens. Die laatste groep bestaat vaak uit jonge gasten die liever niet te veel met hun neus in de boeken zitten, maar wij stimuleren ze extra om toch een diploma halen. Om dat te kunnen bereiken hebben wij intern een leraar die de leerlingen door de opleiding heen loodst. Er is veel individuele aandacht en dat betaalt zich uit. Ontzettend leuk om te zien hoe trots die jongens zijn als ze dan uiteindelijk toch dat papiertje hebben. Zij groeien in loon en functie en wij kunnen ze daardoor aan onze club binden. Een absolute win-winsituatie. We hebben nu veel aanwas, maar voor de toekomst blijft het aantrekken van personeel de allergrootste uitdaging.’


Wat verwacht je qua technische ontwikkelingen voor de komende tijd?
‘Ik verwacht dat het “Internet of Things” nog veel groter gaat worden. Dat heeft voor een groot deel met ICT te maken, maar ook met system integration. De apparaten moeten met elkaar kunnen praten en daar heb je een netwerk of koppeling voor nodig. Dat is een rol die naar mijn mening door de elektricien moet worden gepakt. Wij pakken die rol en willen daar expert in zijn. Zowel op het gebied van zorgdomotica, als in de smart home-oplossingen. Domotica was vroeger voor de happy few, maar nu maken wij dit zelfs al standaard in diverse grote seriematige woningbouwprojecten waar we aan werken. Je hebt het dan bijvoorbeeld over comfortpakketten waarmee je de hele woning met je stem of smartphone kan bedienen, of safety pakketten voor een optimaal gevoel van veiligheid. Het wordt echt steeds groter.’  

Wat blijft ook voor de toekomst jouw belangrijkste uitgangspunt?
‘Wij doen er alles aan om op de hoogte te blijven van de technieken en blijven steeds kijken naar hoe we alles met elkaar kunnen verbinden. Als je goed op de hoogte bent van innovaties kun je je klanten blijven verrassen en blijf je van meerwaarde. Ons verbouwde pand en onze nieuwe communicatie-uitingen geven goed weer waar nu staan. Maar ondanks de vele ontwikkelingen houden we vast aan onze basis. Ik ben trots op het Velegro-DNA en dat zou ik ook voor geen goud willen veranderen.’