DUURZAAMHEID GAAT VERDER DAN GROENE ENERGIE’

Jeroen Osendarp van agNOVA architecten over het thema duurzaamheid

Duurzaamheid is een van de belangrijkste thema’s van dit moment. Met de uitdagingen binnen het klimaatakkoord van Parijs, de opwarming van de aarde en de problemen bij de gaswinning in Groningen is er bijna geen dag waarop het thema niet in het nieuws komt. Als voorloper op het gebied van duurzaamheid in de bouw, deelt Jeroen Osendarp van agNOVA architecten graag zijn visie op dit thema.

‘We houden ons bij agNOVA graag bezig met duurzaam’, trapt Jeroen af. ‘Het begint al bij de oude kerk waarin we gevestigd zijn. Door het te splitsen in kantoren en een kerk, is het van de sloop gered. Ook dat is duurzaam: behouden wat bestaat. We houden ons dus ook echt niet alleen met energiebesparing bezig, maar kijken naar alle aspecten van duurzaamheid. We werken daarin veel samen met Amersfoortse partners van de Ecolutie, een samenwerkingsverband van bedrijven uit de bouwsector die allemaal gaan voor duurzaam. Vanuit dat oogpunt willen we ook graag onze kennis delen met de lezers van OnderNamen.’

Verkeerde aannames
‘Bij verduurzaming van gebouwen worden helaas niet altijd de juiste keuzes gemaakt. Er is een aantal aannames en maatstaven waar heel erg aan vastgehouden wordt, maar duurzaamheid gaat verder dan alleen cijfers. Neem het energielabel, een nul-op-de-meterwoning en gasloos wonen. De gedachte achter deze initiatieven is goed, maar we klampen ons er veel teveel aan vast en verliezen daardoor soms het doel – een duurzame wereld – uit het oog.’

Energielabel A
‘Een van de voorbeelden waarbij consumenten op het verkeerde been zijn gezet, is het energielabel voor woonhuizen, inmiddels vervangen door de energie-index. De definitie van de labels is enkele jaren geleden vastgesteld op basis van de energiezuinigheid van bestaande woningen. De meest energiezuinige huizen ontvingen label A, de minst zuinige energielabel G. Hierdoor ligt een energielabel A nog steeds ver van het maximaal haalbare. Zou je het maximaal haalbare op nul stellen en een onzuinig huis op honderd, dan is een woning met energielabel A nog steeds zeventig. Als we dus alleen focussen op het behalen van een A-label, laten we zeventig procent aan potentiële besparing liggen.’

Nul-op-de-meter
‘Een ander heilig huisje is de nul-op-de-meterwoning. Het uitgangspunt hierbij is dat een woning gedurende een jaar net zoveel duurzame energie opwekt als het verbruikt. Op zichzelf een prachtig streven! De crux zit hier echter in het stuk “gedurende een jaar”. In de zomer wordt overdag veel energie opgewekt, maar veel energie is juist nodig in de winter en ’s nachts. Omdat het moment van opwekken en verbruiken van de energie niet op hetzelfde moment ligt en energie slecht kan worden opgeslagen, wordt in de winter daarom veelal energie uit kolen gebruikt om huizen weer te verwarmen. Dat maakt dat een nul-op-de-meterhuis toch voor veel CO2-uitstoot kan zorgen. Het is voor mij daarom in elk project weer een uitdaging om over het hele jaar de CO2-uitstoot te verminderen.’

‘Als we alleen focussen op een A-label,
laten we zeventig procent potentiële
besparing liggen’

Gasloos of aardgasloos
‘Dan nog het gasloos wonen. In veel nieuwbouwwijken worden huizen niet meer op het gasnetwerk aangesloten. In mijn ogen kijken we hierbij niet ver genoeg vooruit. Het doel om aardgasloos te wonen onderschrijf ik, maar ik zeg hier heel bewust aardgasloos en niet gasloos. Het gasnetwerk kunnen we namelijk ook gebruiken voor toekomstige dragers van energie, zoals waterstof. Dat is een gas dat nu nog beperkt wordt gebruikt als energiedrager, maar waar we in de toekomst waarschijnlijk veel meer gebruik van zullen maken. En het mooie is: het huidige netwerk van gasleidingen kan worden gebruikt om de waterstof mee te transporteren. Huizen die aangesloten zijn op het Nederlandse gasnetwerk, kunnen in de toekomst dus eenvoudig over naar deze nieuwe en groene bron van energie.’

Kansen
De overgang van aardgas naar waterstof in onze leidingen brengt Jeroen meteen tot een van de kansen die hij ziet voor duurzame energie in gebouwen. ‘In waterstof ligt echt een grote kans. Door elektrische energie om te zetten in waterstof, biedt het de mogelijkheid om energie op te slaan. Zo kan de energie die in de zomer wordt opgewekt, ’s winters worden gebruikt. Het voordeel van deze energieoplossing is, dat je direct het probleem van de nul-op-de-meterwoning oplost én het oude gasnetwerk benut voor deze nieuwe, duurzame energie.’

Een andere kans die Jeroen ziet, is het gebruik van geothermie. ‘Niet alleen in IJsland is dat haalbaar, maar ook in onze regio. Door van grote diepte stoom op te pompen naar het aardoppervlakte kan je elektriciteit opwekken en woningen verwarmen. De gemeente Soest doet samen met het Amersfoortse bedrijf HermanDeGroot Ingenieurs onderzoek naar de toepassing van deze techniek voor alle woningen in Soest.’

De nieuwe norm
Als de stokpaardjes niet heilig zijn, hoe bepaal je dan wel of een gebouw het stempel duurzaam mag dragen? ‘Duurzaamheid gaat verder dan groene energie’, stelt Jeroen. ‘Wij hanteren daarom de GPR-richtlijn. Hiermee beoordeel je het gebouw op vijf aspecten, namelijk energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Al deze aspecten zijn belangrijk binnen de noemer duurzaamheid en krijgen een eigen score. Is een gebouw goed geïsoleerd, dan zal deze op het gebied van energie waarschijnlijk hoog scoren, maar kan het voor de gezondheid wel eens slecht zijn als er geen maatregelen voor de ventilatie zijn meegenomen. De kunst is om gemiddeld op alle thema’s hoog te scoren. Voor ons is dit de nieuwe norm.’

Materiaalkeuze
‘Wij kijken dus niet alleen naar energiezuinigheid, maar bijvoorbeeld ook naar materiaalkeuze. Circulariteit vinden wij daarbij belangrijk. Waar mogelijk, hergebruiken we afval om weer mee te bouwen. Recycling dus, of beter nog: upcycling. Als dat écht niet kan, zorgen we ervoor dat nieuwe materialen in de toekomst makkelijk hergebruikt kunnen worden en dat we bouwmaterialen gebruiken die het milieu zo min mogelijk belasten. Ook bij de productie van bouwmaterialen komt namelijk CO2 vrij.’

Verder kijken dan de normen
‘Wanneer we écht duurzamer willen bouwen, moeten we verder kijken dan alleen de bestaande normen. We moeten alle facetten van verduurzamen meewegen en goed nadenken over de bijwerkingen die sommige oplossingen hebben. Als pellets voor biomassa-energie uit Canada moeten worden ingevaren, is het dan wel duurzame energie? Wanneer je veel nieuwe grondstoffen moet gebruiken om een gebouw te isoleren, komt er bij de winning daarvan niet meer CO2 vrij dan je bespaart? Alleen wanneer we alles meenemen in onze ontwerpen, kunnen we echt duurzamer bouwen.’