Zoeken
Onze Uitgevers
Rosanne Zijerveld-Bader
Nick van Baaren
Marlon de Jager-Wessel

Walrick Halewijn, betrokken Amersfoorter vanaf geboorte, sinds 1979 horecaondernemer, bestuurslid bij diverse organisaties en voorzitter van de ondernemersvereniging binnenstad Amersfoort. (mede)eigenaar van de Observant, Kadcafé en Grand Café Halewijn. En: Gouden Parel van Amersfoort 2018! walrick@observant.nl | 0642111830

Energie

4 mei 2021 | 5 minuten lezen

Toen ik precies een jaar geleden mijn column met de titel “Lef” inleverde bij de redactie van OnderNamen, wist ik, zoals iedereen, niet wat ons te wachten stond. We waren aan het ondernemen, ieder in zijn eigen vakgebied, en het ging hartstikke lekker. Tot die zondag 15 maart de horeca plotsklaps dichtging. Tot en met 6 april werd toen gezegd. “Graag!”, zouden wij allemaal zeggen als het daarbij zou zijn gebleven. We zijn nu een jaar verder. We raken uitgeput. Zéker de sectoren die het hardst worden getroffen. Waar halen wij onze energie nog vandaan?

Van de staat? Van een virus? Van een noodwet? Waar moet een ondernemer, een mkb’er, deeluitmakend van de kurk waar de Nederlandse economie op drijft, nog energie uit halen? Het is echt niet zo dat deze ondernemers nu als zeurende kinderen bij de snoeppot staan. Nee, de energie die deze hardwerkende mensen hebben, halen zij uit hun eigen tenen. Uit de schijnbaar onvermoeibare bron die wilskracht heet, uit doorzettingsvermogen en niet te vergeten uit lijfsbehoud. Lijfsbehoud is mogelijk de laatste strohalm waaraan vastgehouden wordt.

We worden financieel volledig uitgekleed, emotioneel genegeerd en telkens worden we er weer op gewezen dat wij het sámen moeten doen. Ja, lijden. Dát doen we samen. Want lijden is het. Pensioengeld op, eigen huis verkocht, kinderen sneller ziek door niet opgebouwde weerstand, onderlinge afgunst, wraakgevoel en geen geld voor de vervolgopleiding van de pubers. Dit zijn zomaar een paar zaken uit de ellendepot. Nee, energie zit daar niet in. Die blijft bij de trotse ondernemers met het hoofd omhoog. Want ondernemers zijn jongens en meisjes van stavast, van de vinger in de dijk, en met een VOC-mentaliteit (om een oud-premier aan te halen die daarmee overigens de plank missloeg). We zijn nu eenmaal trots en houden doorgaans ons verdriet binnenskamers. We redden het wel. Stel je voor dat een collega-ondernemer ziet dat je wankelt. Dat je het niet meer trekt om je toekomstplan uit te stippelen op onzekerheid. Dat je bekaf bent van het niet vullen van gaten in de markt. Dat het gewoon een keer klaar is.

Ik voel de energie als een kaars uitgaan. Lief kind, ik zal er alles aan doen om het voor jou later beter te maken…

‘Lief kind, ik doe er alles aan…’
Horeca & RecreatieRestaurant/ barAmersfoort