Zoeken
Onze Uitgevers
Rosanne Zijerveld-Bader
Nick van Baaren
Marlon de Jager-Wessel

Klaas Verschuure (1973) is sinds 2018 wethouder in Utrecht, onder andere voor Economische Zaken, Ruimtelijke Ontwikkeling en Circulaire Economie. Hij wil ‘Morgen Mooier Maken’.
@klaasverschuure

Morgen Mooier Maken

8 juli 2021 | 2 minuten lezen

Wethouder Klaas Verschuure, schreef deze column nog vóór de persconferentie van 9 juli, waarop het kabinet verscherpte maatregelen aankondigde.

Het is zomer! Zeker na het maanden durende collectieve binnen-leven, lijkt iedereen nu massaal naar buiten te willen. Gezellig op een terras, evenementen bezoeken, naar het strand of shoppen. De ene helft van Nederland bleef fit door tijdens corona buiten te sporten, terwijl de andere helft nu weer trouw de sportscholen bezoekt om de vermaledijde corona-kilo’s te lijf te gaan. Zelf geef ik de voorkeur aan een rondje hardlopen, lekker stevig muziekje in de oren, en het hoofd leeg maken terwijl ik word omringd door het natuurgroen dat Utrecht rijk is. Allemaal met één doel: fit blijven.

Een stad is welbeschouwd ook een levend organisme, dat fit moet blijven. Hoe houden we die stad gezond? Als EZ-wethouder buig ik me vaak over de vraag: hoe houden we de economie van de stad fit en vitaal?

Nu veel versoepelingen zijn doorgevoerd, lijkt het leven weer te bruisen van de energie. Zoals Utrecht wordt bezongen in het onofficiële volkslied ‘… het bruist aan alle kant, in het hartsie van het land…”. Mensen weten gelukkig weer de binnenstad te vinden. Maar een goed geoefende shopper zal ook zien, dat de leegstand in de binnenstad (en in andere kern-winkelgebieden van onze stad) toch echt een probleem is geworden.

‘Een stad is welbeschouwd ook een levend organisme, dat fit moet blijven’

De gemeente Utrecht, de organisatie van vastgoedeigenaren VCOC en ondernemersvereniging CMU hebben onlangs de handen ineengeslagen, onder het motto Morgen Mooier Maken. Het idee is simpel: de binnenstad moet levendig blijven, om de ondernemers en winkeliers te steunen die nog wèl het hoofd boven water houden. We moeten zorgen dat bezoekers blijven komen, lege panden moeten weer gevuld worden, bijvoorbeeld tijdelijk met pop-up stores, of met een culturele invulling. We investeren daar fors in. Utrecht is niet de enige grotere stad die met deze problematiek kampt. Ook Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Groningen en Eindhoven kennen het leegstandsprobleem. Het Rijk heeft eerder dit jaar honderd miljoen euro geïnvesteerd in centra van kleinere steden, en terecht! Het kabinet typeerde de grotere steden als “de winnaars” en zouden die ondersteuning niet nodig hebben… Ik viel van mijn stoel. De coronacrisis kent überhaupt geen winnaars, enkele louche mondkapjesverkopers daargelaten. Wij pleiten er dan ook langer voor bij het kabinet om vooral een breedte-investering te doen, waarbij ook de grotere steden ondersteund worden.

Als gemeente Utrecht doen we dat zelf ook: we investeren niet alleen in het centrum, maar juist óók in andere, kleinere winkelgebieden. Alleen op die manier kunnen we onze ondernemers, onze economie en onze stad fit en vitaal houden.

Op het moment dat ik deze column schrijf, is er nog geen zicht op een nieuw kabinet. Ik mag toch hopen dat een nieuwe regeringsploeg, onder welke vaandel dan ook, tot inkeer komt. Alleen dan kunnen onze ondernemers, onze economie en ons land fit en vitaal worden.

Ik wens u een mooie en fitte zomer toe!

Utrecht