‘Ik ben Nino Sumah, 31 jaar, en ik ben oprichter van Bukser Jeans. Een jeansmerk waar ik supertrots op ben en waar ik vijf jaar geleden mee ben gestart. Ik heb een mode-achtergrond en heb lang gewerkt voor een grote herenmodeketen. Zelf ben ik twee meter lang en ik was altijd gek op Italiaanse merken, maar zodra ik die broeken aantrok, waren het bij mij driekwartbroeken. Ik heb dat idee – een elegant Italiaans jeansmerk, maar dan voor álle lengtes – ooit bij mijn werkgever gepitcht, maar hij ging er niet in mee. Toen dacht ik: als jij het niet doet, doe ik het zelf.’
Je bent midden in corona gestart. Hoe zag die start eruit?
‘Ik ben begonnen bij mijn opa en oma thuis, met een hele kleine badge. Zij waren eigenlijk mijn eerste twee “werknemers”: mijn oma pakte alle orders in, mijn opa printte de verzendlabels en ik deed de sales. Zo is het begonnen. Vanaf de start ging het verrassend goed.’
Wanneer werd het serieus?
‘Tot anderhalf jaar geleden deed ik Bukser nog naast mijn baan. Toen is er een board member bijgekomen, de huidige founder van Undiemeister. Echt een merkenbouwer. Hij is naast mij gaan staan als mentor en klankbord. Vanaf dat moment hebben we een hele mooie groei doorgemaakt. Nu doe ik Bukser fulltime. Van klantenservice tot retouren – you name it – doe ik zelf, ondersteund door AI. Voor development en marketing werk ik met partners samen.’
Wat betekent talent voor jou?
‘Talent is voor mij dat je veelzijdig bent. Dat je veel verschillende werkzaamheden aankunt en overal nét genoeg van weet om het te overzien. Tegelijkertijd geloof ik dat je ergens echt in moet uitblinken. Mijn talent zit in het leggen van contacten, het uitdragen van mijn merk en mensen enthousiasmeren. Dat combineer ik met de talenten van anderen – bijvoorbeeld op het gebied van marketing of productie – en zo maak je samen een succesvol merk.’
Hoe heb je jouw talent ontdekt?
‘Door te doen en te durven. Ik heb heel veel geleerd door gewoon te springen, fouten te maken en weer op te staan. Gaandeweg leer je jezelf beter kennen en ontdek je waar je goed in bent en waarin niet. Ik merkte dat ik goed ben in het connecten met mensen en dat ik veel doorzettingsvermogen heb. Een merk bouwen is intensief en kapitaalintensief. Je hebt geld nodig, maar ook enthousiasme en een dikke huid. Ik heb misschien wel honderd keer “nee” gehoord en één keer “ja” – en dat is precies genoeg. Die ene “ja” kan alles veranderen.’
Waar komt die drang om door te gaan vandaan?
‘Ik hou van de underdogpositie. Als iemand zegt: “Dat gaat je niet lukken”, dan motiveert me dat alleen maar. Ik vind het heerlijk om het tegendeel te bewijzen – en dan het liefst tien keer beter dan mensen hadden verwacht. Dat zit er al van jongs af aan in.’
Hoe zorg je dat je talent – én dat van anderen – blijft ontwikkelen?
‘Blijven reflecteren. Je kunt niet overal goed in zijn. Mijn doel is om in míjn talent een tien te scoren. Alles waar ik geen tien in kán worden, besteed ik liever uit aan mensen die daar wél in uitblinken. Ik ben echt een teamplayer: ik werk liever met specialisten samen dan dat ik alles zelf wil doen. Uitbesteden wat niet bij je talent past en volledig omarmen wat wél bij je past – dat is voor mij talentmanagement in de praktijk.’