Als ondernemer ben je verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkvloer. Toch worstelen veel werkgevers met de vraag wie er eigenlijk een BHV-opleiding moeten volgen? Moet elke medewerker dat doen, of geldt de verplichting alleen voor een deel van het personeel? In dit artikel lees je wat bedrijfshulpverlening inhoudt, wat de wet van je vraagt en waar je rekening mee moet houden bij het bepalen wie er een BHV cursus moet volgen.
Wat houdt een BHV cursus in?
BHV staat voor bedrijfshulpverlening. Een BHV’er is de persoon binnen jouw bedrijf die als eerste optreedt bij een noodsituatie. Denk aan een brand, een bedrijfsongeval of een medewerker die onwel wordt. Tijdens een BHV cursus leren deelnemers hoe ze moeten handelen in dit soort situaties. De training behandelt onderwerpen als reanimatie en het gebruik van een AED, het verlenen van eerste hulp bij verwondingen, brandbestrijding en het begeleiden van een ontruiming.
Deelnemers oefenen de handelingen in realistische scenario’s, zodat ze in een echte noodsituatie weten wat ze moeten doen. Omdat kennis en technieken verouderen, is het ook belangrijk om de certificering regelmatig te verlengen via een herhalingscursus.
Wat zegt de wet over BHV?
De verplichting om bedrijfshulpverlening te organiseren is vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet. Elke werkgever in Nederland is wettelijk verplicht om te zorgen voor voldoende BHV’ers binnen het bedrijf. Hoeveel BHV’ers je nodig hebt, hangt af van een aantal factoren: de omvang van het bedrijf, het aantal medewerkers dat gelijktijdig aanwezig is en de aard van de risico’s op de werkvloer.
De wet schrijft niet voor dat iedere medewerker een BHV-opleiding moet volgen. Wel moet er op elk moment dat er mensen aanwezig zijn een BHV’er zijn. Voor een klein kantoor met weinig risico’s kan dat betekenen dat één of twee gecertificeerde medewerkers volstaan. In een productieomgeving met ploegendiensten ligt dat anders.
Wie wijst de BHV’ers aan?
Als werkgever bepaal jij wie de BHV’ers binnen jouw bedrijf worden. Daarbij speel je in op een aantal praktische overwegingen. Een BHV’er moet regelmatig aanwezig zijn op de werkvloer, zodat er bij een incident altijd iemand beschikbaar is. Fysieke geschiktheid speelt ook een rol: reanimeren en het dragen van mensen vraagt om een zekere conditie.
Niet elke medewerker hoeft dus een BHV cursus te volgen. Maar de medewerkers die je aanwijst, zijn wel verplicht de opleiding te voltooien. Maak daar duidelijke afspraken over. Zo voorkom je onduidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden.
Let op: een BHV certificaat is één jaar geldig. BHV’ers moeten jaarlijks een herhaalcursus volgen om de geldigheid met een jaar te verlengen.
Zijn er ook andere veiligheidstrainingen relevant?
BHV is voor de meeste bedrijven de basis, maar het is niet de enige veiligheidstraining die de moeite waard is. Afhankelijk van de sector en de werkzaamheden kunnen andere veiligheidstrainingen een waardevolle aanvulling zijn.
Een VCA-certificering is relevant voor bedrijven die werken in risicovolle omgevingen, zoals de bouw of industrie. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers en is in sommige sectoren een harde eis van opdrachtgevers.
Daarnaast is er ook de optie voor een EHBO-cursus, voor wie medische hulp wil kunnen verlenen, ook buiten een BHV-context.
Door te kijken naar de specifieke risico’s binnen jouw bedrijf, kun je bepalen welke combinatie van trainingen het meest passend is voor jouw team.
Goede voorbereiding begint bij de juiste mensen
Niet elke medewerker hoeft een BHV-cursus te volgen, maar elk bedrijf heeft wel de plicht om die voorbereiding serieus te nemen. Door de juiste mensen aan te wijzen, hen goed op te leiden en aanvullende trainingen te overwegen waar dat nodig is, zorg je voor een veilige werkomgeving. Dat is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook gewoon goed werkgeverschap.