Zoeken
Walrick Halewijn

Walrick Halewijn, betrokken Amersfoorter vanaf geboorte, sinds 1979 horecaondernemer, bestuurslid bij diverse organisaties en voorzitter van de ondernemersvereniging Binnenstad Amersfoort. (Mede)eigenaar van De Observant, KAdEcafé en Grand Café Halewijn.En: Gouden Parel van Amersfoort 2018! [email protected] 0642111830

Het misverstand over talent

4 december 2025 (Laatst bijgewerkt op: 4 december 2025) | 4 minuten lezen

Ik heb lang gedacht dat talent iets was dat andere mensen hadden. Mensen die moeiteloos leken te bewegen door hun eigen kunnen, alsof ze bij de geboorte een soort gebruiksaanwijzing hadden meegekregen. Ik keek altijd een beetje jaloers naar dat soort vanzelfsprekendheid. Bij mij voelde niets vanzelf.

Neem mijn buurmeisje van vroeger, dat op haar tiende al viool speelde alsof ze rechtstreeks van het conservatorium kwam. Of die collega die zonder een greintje zenuwen het podium opstapt, alsof spreken voor honderd man niets meer is dan de deur uit gaan en een praatje maken met de buurman over het weer. Dat soort talent bedoel ik, het soort waar je stil van wordt.

Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik zie dat dat beeld van talent eigenlijk een misverstand is. De meeste dingen die er moeiteloos uitzien, zijn het resultaat van uren die niemand ziet. Oefenen wanneer anderen slapen. Beginnen, stoppen, opnieuw beginnen. Twijfelen. Zuchten. Nog eens proberen. Het is alsof talent een mooie etalage heeft, maar de rommelkamer erachter blijft gesloten voor het publiek.

‘Hoeveel mensen zouden iets nieuws durven proberen als we talent zien als iets dat je mag gaan zoeken?’

En misschien is dat wel het echte probleem: we zien alleen de finale versie van iemand. Niet het proces. Niet de mislukkingen. Niet de momenten waarop iemand bijna wilde opgeven maar het toch niet deed. Terwijl juist dáár, in dat ongemak, het werkelijke talent schuilt.

Als ik eerlijk ben, heb ik nooit een talent gehad dat aan de buitenkant te bewonderen viel. Geen gouden stembanden, geen wiskundige gaven, geen sportieve explosiviteit. Wat ik wél had — en pas later herkende — was nieuwsgierigheid. Het vermogen om te denken: ‘Wat gebeurt er als ik dit nou eens gewoon probeer?’ En vervolgens het koppige in mij dat zei: “En morgen nog een keer.” Misschien is dat wel het echte talent dat we te weinig benoemen: niet het moeiteloze, maar het moedige. Niet het aangeborene, maar het aangehoudene. We zijn immers ondernemers.

Ik denk vaak: hoeveel mensen zouden iets nieuws durven proberen als we talent niet langer zagen als een geschenk dat je toevallig krijgt, maar als iets dat je mag gaan zoeken? Als een spier die sterker wordt door gebruik. Een deur die opengaat zodra je ‘m aandurft.

Misschien zouden we dan minder naar anderen kijken en wat vaker naar onszelf. En misschien, heel misschien zouden we dan ontdekken dat talent helemaal niet zeldzaam is. Het ziet er alleen anders uit dan we altijd dachten.