Op de Wakkeredijk in Eemnes zijn twee chauffeurs van Venus Containers halverwege hun ronde. Vandaag staan zo’n negentig adressen op de planning, vooral in Hilversum. Sinds kort rijden ze die route met een elektrische vrachtwagen.
Elektrisch rijden past nog niet bij al het werk van het bedrijf, vertelt directeur Robbert Tammer. Sommige vrachtwagens rijden met vijftig ton lading honderden kilometers per dag. ‘Dan moet het bereik wel kloppen.’ Tegelijkertijd ontwikkelt de techniek zich snel. Voor een vuilniswagen of vaste stadsroutes kan elektrisch juist goed werken. Door het vele stoppen en optrekken wekt de vrachtwagen bij het remmen weer energie op.
Ook chauffeur Leon moest even wennen. Elektrisch rijden vraagt een andere manier van rijden en een ander energiemanagement. Inmiddels is hij om. ‘Hij rijdt heel soepel.’ In de stad levert dat soms goedkeurende blikken op. ‘Mensen verwachten gerommel, maar het is zo stil. Hij zweeft bijna over de weg.’
De elektrische truck is een van de stappen waarmee Venus Containers inspeelt op een sector die in beweging is. ‘De container verandert eigenlijk nauwelijks,’ zegt Robbert. ‘Maar de wereld eromheen wel.’ Regelgeving, vergunningen en duurzaamheid spelen een steeds grotere rol. In sommige steden gelden milieuzones of beperkingen voor vrachtverkeer. Klanten willen bovendien steeds vaker weten wat er met hun afval gebeurt.
Robbert nam Venus Containers in 2011 over. De afvalbranche kent hij al van jongs af aan: zijn familie werkt sinds 1916 in transport en afvalinzameling. Het oorspronkelijke familiebedrijf werd in 2007 verkocht, maar Robbert bleef in de sector actief. Met de overname van Venus Containers begon hij opnieuw.
Gewoon je werk doen
Hoe het bedrijf zo groeide? Robbert hoeft niet lang na te denken. ‘Gewoon je werk goed doen.’ Toen hij instapte, werkten er vier chauffeurs en reden er negen vrachtwagens. Inmiddels rijden er 25. Volgens Robbert zit die groei vooral in de basis: op tijd komen, afspraken nakomen en zorgen dat alles er netjes uitziet. Chauffeurs in representatieve kleding, schone auto’s op de weg. ‘Voor klanten is afval iets wat ze gewoon kwijt willen, het liefst zo snel mogelijk en zonder ernaar om te kijken.’
De klantenkring van Venus Containers is breed: van bouwplaatsen en aannemers tot bakkers, kinderdagverblijven en golfbanen. Het bedrijf plaatst containers voor bouw- en sloopafval, maar ook voor bedrijven die hun afval regelmatig laten ophalen.
Wat er met afval gebeurt
Wat er daarna met dat afval gebeurt, wordt steeds belangrijker. Bedrijven vragen vaker om rapportages en willen weten hoeveel er wordt gerecycled en hoeveel er wordt verbrand. Volgens Robbert leeft bij sommige mensen nog het idee dat afval simpelweg ergens wordt gestort. ‘Dat beeld klopt al lang niet meer.’
Op het terrein in Maarssen wordt bijvoorbeeld bouw- en sloopafval gesorteerd. Hout, metalen en andere bruikbare materialen worden eruit gehaald voor recycling. Alleen wat overblijft na sortering wordt nog verbrand. Volgens Robbert is de afvalverwerking in Nederland bovendien relatief goed georganiseerd. ‘We hebben hier een stuk of twaalf afvalverbrandingsinstallaties. In sommige landen gaat afval nog gewoon naar een stortplaats.’ In Nederland wordt afval vaak verwerkt in installaties die energie opwekken en woningen van warmte voorzien.
Samenwerken in de stad
Ondertussen verandert ook de manier waarop afval wordt ingezameld in steden. Robbert is medeoprichter van OpenWaste, een initiatief waarin afvalinzamelaars – normaal gesproken concurrenten – samenwerken in binnensteden. In plaats van dat elk bedrijf met een eigen vrachtwagen dezelfde straten in rijdt, haalt één neutrale wagen het afval op voor meerdere inzamelaars. Dat zorgt voor minder verkeer en minder uitstoot.
De komende jaren verwacht Robbert dat de sector verder verandert. Het wagenpark wordt stap voor stap verder geëlektrificeerd en samenwerking tussen bedrijven wordt belangrijker. Tegelijk kijkt hij naar uitbreiding van het bedrijf zelf. Het terrein in Maarssen, dat in 2017 werd overgenomen van de familie Venus, is met 1,5 hectare inmiddels bijna vol. ‘Ook de komende jaren blijven we in beweging.’